32

Net voor elf uur draaiden ze de oprit van Camping Fleur aan de Groote Sloot op, net buiten Oudesluis. Het leed geen twijfel dat het slechte nieuws de vakantie van Inge Lansier volkomen had verziekt. Haar gezicht zag witjes en haar ogen waren rood behuild. Ze had kortgeknipte zwarte haren met blonde plukken erdoorheen, maar het donkere trainingsjack dat om haar smalle schouders hing riep het beeld op van iemand die in een hevige strijd met een griepvirus was verwikkeld. Barend maakte ijverig notities, duidelijk blij dat hij na de lange autorit iets te doen had. Inge gaf een behoorlijk gedetailleerd beeld van Celina. “Ze speelde met het idee een jaar sabbatical op te nemen en dat op Curacao door te brengen, gekoppeld aan een onderzoek of een studie. Wel behoorlijk vaag allemaal. Je kunt daarvoor sparen, maar volgens mij duurt het zo’n beetje tot je vijftigste voor het dan ook echt zover komt…”

Van Celina’s vakantieplannen kon Inge niet veel meer vertellen dan dat zij er geheimzinnig over deed. “Ze bleef weg op de afscheidsbij eenkomst, de laatste ochtend van het schooljaar. Heel ongewoon! Ze is die dag zelfs helemaal niet op school geweest! Ik heb haar nog lopen zoeken omdat er naar haar gevraagd werd. Ik herinner me dat ze de dag ervoor zei: mijn tassen staan al klaar, zaterdag ga ik weg, maar ik wil nog wat sexy spulletjes kopen. Misschien heb ik wel groot nieuws als ik weer thuiskom. Dat…dat was het laatste wat ze tegen me heeft gezegd…”

“Sexy spulletjes? Was er volgens u een man in het spel?”

“Zeker weten.”

“Kunt u iets zeggen over het patroon van haar vakanties?”

“Celina ging steevast twee keer per jaar naar Frankrijk, in ieder geval schreef ze in op een georganiseerde stedenreis in de herfstvakantie. Maar ze hield er ook van om ‘s zomers in Italië of Spanje langs plattelandshotels te trekken.”

“Alleen?”

“Ja.”

“Zou u haar als een eenzame vrouw typeren?”

“Zeker niet. Ze had af en toe kortstondige relaties, waarschijnlijk voor de seks. Celina was op haar eigen manier een levensgenieter – maar ze was bang voor vastigheid. Ze wilde zich niet binden.”

“Heeft u enig idee waarom?”

“Ik ben geen psycholoog, maar het heeft denk ik alles te maken met de relatie van haar ouders. Haar vader rotzooide maar wat aan, haar moeder stond overal alleen voor. Het is een lief mens – ze heeft het met twee kinderen zelf moeten rooien. Die drie hebben armoede gekend, neem dat maar van mij aan.”

“Dat klopt met wat ik heb gehoord. En haar vader? Die was er nooit?”

“Welnee, die zag ze twee of drie keer per jaar. Ik weet eigenlijk niet eens of hij in Nederland woont! Celina zag in elk geval niks in een man en kinderen. Ze ging voor een carrière in het onderwijs. Heeft de rector u niet verteld dat er in januari een vacature voor een nieuwe conrector komt? Iedereen dacht dat zij het zou worden.”

“Kende u haar intiem? Ik bedoel: kunt u beoordelen of ze zich inliet met mensen of dingen waarmee ze gechanteerd zou kunnen worden?”

Inge opende haar ogen wijd van verbazing. “Iets met een leerling of zo? Dat denk ik niet, hoor!”

“Misschien drugs? Of porno?” drong Leendert aan. “Nee, geen sprake van. Ze rookte niet, ze dronk niet overdreven. Ze wilde niet dat haar leven geregeerd zou worden door zaken die ze niet zelf in de hand had. Ze was een controle-freak. Verslaving is slapheid, zei ze altijd.”

“U begrijpt dat we alle denkbare mogelijkheden moeten onderzoeken.”

“Zeker. Maar Celina en drugs? Geloof ik niets van. En porno? Ik weet natuurlijk niet wat er in haar nachtkastje ligt. U had het over chantage? Zijn daar aanwijzingen voor? Het was toch een ongeluk? De rector zei dat ze dood in haar auto is gevonden en dat er waarschijnlijk veel meer aan de hand is.”

“Dat klopt. De omstandigheden waaronder we haar vonden kloppen niet helemaal. Of liever: die kloppen helemaal niet. Ze is in haar auto gevonden, in haar eigen garage, maar alle papieren en persoonlijke zaken ontbraken. We hebben haar appartement grondig doorzocht, maar daar zijn we niets wijzer van geworden. Het zag er allemaal heel gewoontjes uit.”

“Toch was ze een heel bijzondere meid. Geen alledaags type, bedoel ik. Als Celina ergens binnenkwam dan stond daar iemand. Ze had uitstraling.”

Het zoontje van Inge kwam bij haar staan, een verlegen ventje van een jaar of acht. De moeder trok hem tegen zich aan. “Het gaat wel weer hoor, Rogier,” glimlachte ze dapper. Ze streek met de achterkant van een gebalde vuist in haar mouw langs haar opgezette ogen.

“Bent u hier alleen met uw zoontje op vakantie?” vroeg Barend belangstellend.

“Nee,” klonk het neutraal. “Mijn man is hier ook. Maar die is toch gewoon gaan vissen. Dat had hij afgesproken.” Leendert gaf het verlegen jongetje een knipoog. Het ventje kroop nog wat verder weg achter zijn moeder. “Veel meer kan ik u eigenlijk niet vertellen. Celina en ik trokken op school en privé ook op met Toos Gregorius. Die zit nu bij haar moeder in Amsterdam. Het mens is ernstig ziek. Misschien kunt u op de terugweg bij haar langsgaan? Ik heb het adres en het telefoonnummer hier liggen. Ik heb haar trouwens al gebeld.”

Leendert bekeek het briefje en gaf het door aan Barend. Die pakte zijn mobieltje en tikte het nummer in. “Ik hoopte daar al op. Bedankt,” zei Leendert Vosmeer en gaf haar een hand. Hij probeerde het jochie een aai over zijn bol te geven, maar die dook behendig weg.