65

“Een pittig baasje,” zei Barend toen ze weer buiten stonden. “Die kun je beter niet tegen je hebben. Ik zou niet graag in Roberts schoenen staan. Dat wordt dokken.”

“Trouwreportages maken is een stuk veiliger,” meende Leendert. “En saaier, natuurlijk.”

Bij de balie hield wachtcommandant Elly Wille hem staande. “Of je Van der Schraaf van de recherche in Breda wilt bellen, Vosmeer. Nogal dringend.”

Leendert Vosmeer liep naar zijn kantoortje met Barend in zijn kielzog.

“Hallo, collega Vosmeer! Hoor eens: Gerhard Liebermann had geen zin meer in de Franse vakantie en is eerder thuisgekomen. Hij is hier geweest en heeft een verklaring afgelegd die we hebben laten uittikken. Hij heeft getekend en is weer naar huis. Stel je het op prijs als we die verklaring naar jullie faxen?”

“Graag!”

Nog geen twee minuten later ritste Barend het papier uit het faxapparaat. Leendert installeerde zich in zijn leunstoel, zijn voeten gekruist op tafel, de handen gevouwen onder het hoofd. “Oké, Barend, lees maar voor.”

“…datum, bla bla bla…naam verbalisant, bla bla bla…hier begint het echte werk:

de na ontbieding vrijwillig aan het bureau verschenen getuige Gerhard Johann Liebermann, geboren te Innsbruck op…bla bla bla…Hij verklaarde als volgt: Ik wil gaarne een verklaring afleggen aangaande het overlijden van mevrouw Celina Deemoed. Op zaterdag 14 juli ben ik met Celina Deemoed op vakantie gegaan. Ik was vanuit Breda naar Vlissingen gekomen, naar de parkeerplaats voor het station van de NS. Daar hadden we afgesproken. Daarna reden we naar Gedinne, in de Ardennen. Via de Ardennen en Champagne zijn we langs Parijs over de binnenwegen naar Bordeaux gereden.

Ik kende haar niet echt goed, maar we waren verliefd. In de loop van de vakantie werd langzaam duidelijk dat we niet voor elkaar bestemd waren. Celina was wispelturig en wisselde een paar keer per dag van stemming. We spraken iets af – en daar had ze dan een halfuur later ineens geen zin meer in. Eerst vond ik dat wel spannend, later begon het me te irriteren. We kregen onenigheid over van alles en nog wat: het eten, de route, over de vouwwagen, welke camping vandaag, enzovoort. Ze zei dat ze van me hield en dat ik de beste man was die ze ooit had ontmoet. Ik wilde duidelijk van haar horen dat ze me altijd trouw zou zijn, maar daar voelde zij niets voor. Ze wilde graag een relatie met me, maar daarbij ook de vrijheid om met andere mannen om te gaan. Dat vond ik niet goed. Tijdens de ruzies dreigde ze tot twee keer toe dat ze een eind aan haar leven zou maken als ik haar de deur wees. Tenslotte pakte ze op 31 juli zelf haar tassen in en nam ze in Bordeaux de trein naar Parijs. Ik heb haar op het perron uitgezwaaid en voelde me erg verdrietig. Toen de politie belde met de mededeling dat ze zich het leven benomen had heb ik me bedronken. Daarna heb ik mijn spullen ingepakt en ben ik naar huis gegaan, waar ik gisteren, 13 augustus, ben gearriveerd.

Nadat getuige Liebermann zijn verklaring had doorgelezen, verklaarde hij daarbij te volharden en ondertekende hij deze met mij, verbalisant.”

“Tja,” zei Barend, “en daaronder twee handtekeningen. Ik vind het wel van een diepe treurnis, allemaal.”

“Toch klopt er iets niet in die verklaring,” reageerde Leendert beslist. “Er is iets mis met de tijd. Ze kan hem niet op 31 juli hebben verlaten. Volgens de patholoog was ze toen al een dag of vier dood…”

“Hij gaat er in zijn beleving blijkbaar steeds voor de volle honderd procent van uit dat Celina zich van kant heeft gemaakt. Weet jij precies wat de collega’s in Breda tegen hem gezegd hebben?”

“Wat bedoel je – wat ze letterlijk tegen hem hebben gezegd?”

“Ja. Als de Bredase recherche heeft gezegd dat ze zelfmoord heeft gepleegd…”

“Dan bellen we Van der Schraaf toch even!” Toen Leendert Vosmeer even later Van der Schraaf aan de lijn kreeg was zijn collega erg duidelijk: “Ik weet het exact. Ik heb tegen hem gezegd: er is haar iets akeligs overkomen – ze is helaas overleden.”

“Als je het zo formuleert zou ik eerder denken aan een ongeval, dat ze met haar auto tegen een boom is gereden of zo. Hoe reageerde hij?”

O, wat erg. O, wat vreselijk. Heeft ze een eind aan haar leven gemaakt? En dat allemaal door mijn schuld!” Het bleef even stil. Toen zei Van der Schraaf: “Logisch dat hij zo reageert. Ze heeft hem verlaten, en nu is ze ook nog dood.”