70

Liebermann plofte neer op de stoel voor de microfoon. Met een monotone stem begon hij te vertellen hoe Celina Deemoed en hij eerst een week in Gedinne hadden gekampeerd, in de Belgische Ardennen. Vervolgens waren ze via de snelweg naar Thieffrain gereden met de bedoeling daar een paar dagen te blijven. Tijdens een wandeling langs een riviertje, vroeg in de avond van hun derde verblijfsdag in Thieffrain, ontstond er een discussie die op een regelrechte ruzie uitdraaide. Hij vertelde Celina dat hij alleen met haar verder wilde als ze beloofde na de vakantie met hem te gaan samenwonen. Het moment was volstrekt slecht gekozen, Celina was in een astrante stemming en zette onmiddellijk haar stekels overeind. Ze riep woedend dat ze hem niet de baas over zich liet spelen, dat ze een vrij mens was. Ze sloeg naar hem met haar tas, miste, verloor haar evenwicht en viel langs de oever van de rivier naar beneden. Daarbij raakte ze een paar steenblokken en klapte ze tenslotte met haar hoofd tegen een betonnen rioolbuis die juist op die plaats water in het riviertje loosde.

Ik klauterde naar beneden en zag onmiddellijk dat ze dood was. Ik raakte helemaal over mijn toeren. Mijn Frans is niet best, Celina had steeds het woord gedaan. Wat zou er gebeuren als ik nu de politie moest gaan waarschuwen! Misschien zou ik wel beschuldigd worden van doodslag! De gevangenis in, in Frankrijk! Ik ben in paniek geraakt. Het werd al donker. Ik heb wel twee volle minuten om me heen staan kijken of er getuigen waren, maar er was niets of niemand te zien. Toen ben ik teruggelopen en heb ik de auto gehaald. Die heb ik zo dicht mogelijk bij het water geparkeerd, ik heb haar over de grond gesleept en achterin gelegd.

Terug op de camping heb ik in de vouwwagen al haar spullen bij elkaar gezocht en in vuilniszakken gedaan. Ik bedacht een plan waarbij ik zelf helemaal buiten beeld kon blijven. Ik handelde niet rationeel, ik verkeerde in een soort roes van angst. Ik bedacht dat zelfs als Celina spoorloos zou verdwijnen er misschien toch de een of andere aanwijzing naar mij zou kunnen leiden. Het had immers best zo kunnen gaan dat Celina boos de vakantie had afgebroken en alleen naar huis was gegaan. In haar wanhoop zou ze, als ze eenmaal weer thuis zou zijn, wellicht tot een vreselijke daad zijn overgegaan. Ik zou kunnen bevestigen dat ze dat had gedaan omdat onze relatie mislukt was. Het leek een kloppend verhaal. Ik heb uitgezocht hoe het met haar sleutels zat. Ik herkende haar autosleutels door het labeltje met Toyota erop en ik nam aan dat de andere sleutel aan dezelfde ring wel van haar huis of van haar garage zou zijn. De volgende morgen vroeg ben ik via de snelste route non-stop naar Zeeland gereden. Celina lag in de kofferbak met een deken over zich heen. De vouwwagen liet ik gewoon op het kampeerterrein staan. Het is niet ongewoon als gasten een nacht wegblijven. Waarschijnlijk zou het niemand opvallen. Aan de grens was geen controle en alles ging goed. Om half vier in de ochtend kwam ik bij haar huisadres aan. Ik zag dat haar huisnummer op een garagedeur geschilderd stond. De sleutel paste. Ik heb haar in haar eigen auto gezet, de motor gestart en de box weer gesloten. Toen ben ik als een haas vertrokken en in één ruk terug naar Thieffrain gereden. Onderweg heb ik op een parkeerplaats geslapen. Ik heb de camping afgerekend en ben tussen de middag vertrokken, omdat ik wist dat er op dat tijdstip niemand in het kantoortje zat. Ik zag bij een garage vuilcontainers buiten klaarstaan om opgehaald te worden. Daarin heb ik de vuilniszakken met al Celina’s spullen gedumpt. Toen ben ik dwars door Frankrijk tot onder Bordeaux gereden. Ik heb twee keer met Celina ‘s pasje geld opgenomen. De pincode stond op een briefje dat ze in haar portemonnee had. Ik wilde de indruk wekken dat ze alleen maar in de westelijke regionen van Frankrijk was geweest. In Morcenx heb ik een kaart die Celina al voor haar broer klaar had liggen op de post gedaan – speciaal op het dorpspostkantoor laten stempelen zodat het zou lijken of ze op dat moment nog leefde. Ik rekende erop dat Celina pas aan het eind van haar vakantie, omstreeks 26 augustus, vermist zou worden, en dat, als ze uiteindelijk door iemand gevonden zou worden de exacte datum van overlijden toch niet meer vastgesteld kon worden. Ik wilde de indruk wekken dat Celina mij pas op 6 of 7 augustus had verlaten. Daarna verzon ik hoe het gegaan zou zijn als ze boos de trein naar Nederland zou hebben gepakt. Ik ben speciaal op het station van Bordeaux wezen kijken hoe er een trein naar Parijs vertrok. Ik beeldde me toen in hoe ik zou hebben gehuild als het echt zo was gegaan…

Met groeiende verbijstering hadden de drie politiemensen naar hem geluisterd. Van der Schraaf maakte een keer aanstalten om Liebermann te onderbreken voor een vraag, maar Leendert gebaarde hem dat niet te doen. Was het medelijden wat hij voor de man voelde, of ontzetting wegens dat uitgekookte denken en handelen? Hij wist het niet. En dat gebrek aan eerbied voor het stoffelijk overschot van de vrouw van wie hij zei te houden…

“Ehm…” begon Van der Schraaf. “Ik laat dit letterlijk uittikken en dan vraag ik u het te ondertekenen.” Liebermann zakte voorover met zijn gezicht in zijn handen. Zijn schouders schokten eerst zacht, toen steeds heftiger. Hij begon gierend te huilen.

“Hij kan denk ik het beste een nacht hier blijven,” fluisterde Van der Schraaf tegen Leendert. “Ik zal een arts laten komen om hem iets kalmerends te geven. Wat moeten we hem nu ten laste leggen?”

Ze liepen de kamer uit.

“Dat is het probleem van de officier van justitie. De patholoog was erg duidelijk,” zei Leendert Vosmeer. “Ze is gevallen en rottig terechtgekomen. Hij heeft geen spoor van strijd gevonden. Het was geen moord en ook geen doodslag.”

“We bedenken wel iets. Hij heeft haar pinpas onrechtmatig gebruikt en verzuimd de plaatselijke politie over een dodelijk ongeval in te lichten. Misschien was zij niet op slag dood en kunnen we hem toch dood door schuld aanwrijven.”

“Wat ontzettend stom van hem,” zei Leendert. “Een goed sporenonderzoek ter plaatse zou zijn verhaal bevestigd hebben. Nu moeten we hem op zijn woord geloven.”

“Paniek, hè? Jullie dragen hem zeker aan ons over? Ik heb onze screening van Liebermann voor je gekopieerd. Er zit ook een uitdraai bij van zijn gegevens zoals de burgerlijke stand die heeft.”