87

Philip Meulmeester verplaatste de bureaulamp en legde de foto’s onder het volle licht. “Ik heb de plaatjes uit ons eigen dossier al klaargelegd.”

Hij stelde zich netjes aan Tanja voor. Ze zei direct haar lesje op.

“Dat is heel verstandig, bedankt,” reageerde Meulmeester gespannen. “Heeft u het avontuur van de ontvoering en de brand zonder kleerscheuren overleefd?” Tanja knikte. “Een paar schrammen en bulten.”

“Mooi. En nu kijken of we inderdaad een doorbraak hebben!” Met z’n drieën bestudeerden ze schouder aan schouder Tanja’s foto’s.

“Zie je wel!” riep Leendert. “Duijker houdt iets in zijn hand geklemd! Hij maakt een knuist, en daar steekt iets uit, het lijkt wel een kettinkje.”

“We leggen deze afdruk onder het kopieerapparaat en vergroten hem met 400 procent,” zei Meulmeester.

“Het is een losgerukt halskettinkje,” zei Tanja. “La Dolce… en dan nog iets.”

La Dolce Vita… Dat is de tent waar die foto’s zijn gemaakt,” fluisterde Meulmeester nerveus. “Weet je wat dat voor het onderzoek betekent? Er is er maar één in heel de stad die met zo’n kettinkje rondloopt.”

Leendert floot tussen zijn voortanden. “En ik snap nu ook waarom hij het zó graag terug wilde hebben dat hij alle risico’s van de wereld nam en de ladder van een glazenwassersauto jatte om dat appartement binnen te klimmen…”

“Het was op dat moment erop of eronder.”

“Precies. Hij had geen keus. We hadden om vijf uur ‘s-morgens bij hem op de stoep gestaan.”

“Hoe laat is het?”

“Half elf.”

“Ik bel nu de commissaris en de officier van justitie. Ik denk dat we zonder probleem een arrestatiebevel kunnen krijgen. Dan staan we alsnog morgen in alle vroegte bij hem op de stoep.”