89

De ploeg van Miranda van Bohemen doorzocht op dat moment het huis van de familie Holleman. Twee agenten hadden de grootste moeite om zich een krijsende en scherp genagelde Pleunie Holleman van het lijf te houden. In de schuur vonden ze de stofzuiger uit het appartement van Celina Deemoed. Een half uur later viste een laboratoriummedewerker discoglittertjes uit de papieren stofzuigerzak – precies dezelfde als op de kleding van Joost Duijker waren gevonden.

Reindert Holleman sloeg vijf uur later door, suf van de slaap en dodelijk vermoeid door het spervuur van vragen.

Ik ging verhaal bij Robert van der Waal halen omdat hij de reportage van Breetvelt in verkeerde handen had laten vallen. Hij deed of hij niet thuis was, maar ik ben aan de achterkant naar binnen geklommen. Ik vond hem op z’n bed. Hij zag er niet uit. Bont en blauw, overal bloed en hij trilde van de zenuwen. Hij vertelde dat de chauffeur van Breetvelt hem onder handen had genomen en dat hij had toegegeven dat Duijker de negatieven had gejat. Die chauffeur zei dat hij die ouwe schlemiel ook wel even te grazen zou nemen. Nou kende ik Duijker – hij heeft een paar keer een leuk kredietje voor me geregeld. Ik ben toen zo stom geweest om te zeggen dat als ik ooit eens iets terug kon doen…En nu belde hij me twee weken terug op om me daaraan te herinneren. Hij had een idee over geheime fotografie in mijn zaak. Dat leek hem wel een interessante bron van inkomsten en hij bood aan om de verdiensten samsam te verdelen. Maar dat kan ik niet gebruiken. Ik heb echt sjieke klanten en ik werk op basis van vertrouwen. Omdat Robert niet eens kon lopen en ook veel te veel op zou vallen ben ik zelf naar Joost Duijker gegaan om de negatieven en de foto ‘s terug te halen. Robert wist het adres.

Ik stapte de galerij op en zag hem net de deur van een flat opendoen. Ik trok een sprintje en hij wilde de deur voor m’n neus dichtgooien, maar ik gaf er een trap tegen en sloeg hem naar binnen. Hij ontkende alles van de negatieven. Toen heb ik hem twee klappen met m’n pistool op z’n kop gegeven. Ik wilde hem niet dood hebben, maar ja, het was natuurlijk een oude man. Ik hoorde van alles kraken bij de tweede tik. Toen heb ik de flat onderzocht, maar ik vond niks. Op een gegeven moment kreeg ik door dat ‘t appartement door een vrouw bewoond werd. Het was een vreselijke vergissing! Ik begreep er geen reet van. Toen zag ik confetti op Duijkers mouw. Op de zaak hadden we een Glamour & Glitter Party gedaan. Ik heb lopen poetsen als een idioot, alles gestofzuigd en dat ding voor alle zekerheid maar meegenomen. Ik ben niemand tegengekomen. Toen ik naar bed ging miste ik mijn kettinkje. Ik heb uren lopen piekeren en zoeken! Uiteindelijk bedacht ik dat het alleen maar in die flat kon liggen. Maar toen was het te laat, natuurlijk. Iedereen liep naar die ouwe Duijker te zoeken. Ik wist als enige waar hij was – maar ik kon er niet bij. Toen ze hem hadden gevonden stond er een agent voor de deur, maar de balkondeur aan de boulevardzijde was open. Ik had een eind terug een ladder op een glazenwassersauto gezien – die heb ik geleend. Duijker had mijn kettinkje in z’n hand. Het kostte me flink veel moeite om het eruit te krijgen. Ik heb er zijn vinger voor moeten breken.