14

Woensdag 1 augustus.

Tanja Maaslant rekte zich uit en veegde de haren uit haar gezicht. Het zonlicht stroomde onbelemmerd naar binnen. Het beloofde een prachtige zomerdag te worden. Ze gaapte uitvoerig, greep de wekker en zag dat het half tien was. “Wakker vóór de wekker! Goed zo, Tanja Maaslant, het gaat steeds beter.”

Ze liep haar badkamer in en liet het bad vollopen. Ze ging naar beneden, pakte de ochtendkrant en zette het koffiezetapparaat aan. Boven haar werktafel hingen de foto’s die ze met de pocketcamera in Celina Deemoeds flat had gemaakt. Ze had ze alle zes op A4-formaat afgedrukt en zo opgehangen dat niemand ze van buiten af kon zien. Tientallen keren had ze haar ogen er al over laten gaan, zoekend naar details. Ze had nooit eerder een moord voor haar lens gehad. Wel verkeersongelukken, oorlogsslachtoffers en verminkte mensen tussen de puinhopen van aardbevingen of andere rampen. De combinatie van fotograferen en voortdurend op scherp staan om het vege lijf te redden was haar op de lange duur opgebroken. Tegenwoordig trok ze op zoek naar goed nieuws door het zuidwesten van Nederland, haar lenzen gericht op schepen die feestelijk van stapel liepen, wethouders met verse plannen of een zeldzame geboorte in de dierentuin van Antwerpen. Kinderspel vergeleken bij wat ze eerder had gedaan, maar met zeeën van tijd om te focussen op contrast en compositie.

Ze hield met beide handen een mok verse koffie vast en keek opnieuw intens naar de stille gestalte. Wat maakt mijn eerste foto’s anders dan de plaatjes die ik voor Vosmeer heb gemaakt?

Ze had erop gerekend dat hij haar de mantel uit zou vegen over het feit dat ze hem in Deemoeds appartement vóór was geweest, maar dat had hij niet gedaan. Direct toen ze thuiskwam had ze Harry Scheepers gebeld, haar vaste redacteur bij persbureau De Lage Landen. Ondanks het nachtelijk uur was hij hard in de lach geschoten. “Tanja! Een moordzaak! Gefeliciteerd! De politie is niet onze beste vriend, wil je daar wel aan denken! Straks ga je nog schrijven wat zij dicteren…”

Ja, Harry. Die had liever dat ze zich verdiepte in de uitbreidingsplannen van het gemeentelijk havenbedrijf. Hij herinnerde haar er meteen aan dat ze had beloofd daar vandaag aan te werken. “Probeer een interview te krijgen met de leiding van het conglomeraat dat voor dat project in de race is, met de baas van North Sea Offshore, en zeker met de wethouder. Ik heb alle namen en adressen hier bij de hand. Werk de verschillen in benadering maar eens uit. Dat levert een artikel met profiel op – daar zijn ze zowel in Zeeland als in Den Haag heel nieuwsgierig naar. Daar betalen we jou voor…

Nee Harry, dacht ze hardop. Ik ga straks eerst nog eens praten met dat oude stel dat Duijker heeft gevonden. Ik wil meer over dat mannetje weten, want ik voel dat ik op de een of andere manier met die eerste foto’s kan scoren.